Jassen van Fjällräven: het begon allemaal in Groenland

Geschreven door Sandra van Bijsterveld

Het is er weer echt weer voor: een lekkere warme jas. Nog even en ik trek mijn lievelingswinterjas weer aan. Dat is een jas van Fjällräven en sinds ik ermee naar winters Noors Lapland ging, ben ik er helemaal weg van. Dat is alweer een paar jaar geleden, maar ik kwam er pas kort geleden achter hoe de jassen van Fjällräven zo goed zijn geworden. Een leuk verhaal om even te delen, vond ik.

Expeditie naar Groenland

In 1966 landde een expeditie van Zweedse en Noorse alpinisten en gletsjeronderzoekers in het zuidoosten van Groenland voor een expeditie in het Noordpoolgebied. Een van de initiatiefnemers was de ervaren alpinist Per Åke Sjöman. Een paar jaar voor de expeditie had Sjöman kennisgemaakt met de oprichter van Fjällräven, Åke Nordin. Op basis van schetsen van Sjöman had Åke Nordin tweepersoons tenten van versterkt nylon gemaakt voor de expeditie. Daarnaast voorzag Fjällräven de groep van rugzakken en drie kleinere thermotenten.

De samenwerking was een succes. Toen de expeditie na zes weken afgelopen was, rapporteerde de groep dat de tenten en rugzakken van Fjällräven prima hadden gefunctioneerd onder de extreem zware omstandigheden.

Betere jassen

Helaas gold dat niet voor de kleding die de groep had gebruikt (die niet van Fjällräven afkomstig was). Daarover waren de expeditieleden namelijk niet tevreden. Toen Åke Nordin dat hoorde, besloot hij dat het tijd was dat Fjällräven ook een jas ging maken. Daarvoor gebruikte hij een stof die hij ooit had willen gebruiken voor een tent, maar die daarvoor te zwaar was gebleken.

Dat bleek goed te werken. Maar het materiaal moest nog wel beter waterbestendig worden gemaakt. Nordin herinnerde zich uit zijn tijd als skischansspringer dat skiërs tijdens het wachten boven aan de schans niet alleen hun ski’s waxten, maar ook hun zitvlak. Zo hielden ze vocht en kou buiten en voorkwamen ze dat ze verkleumden. Zo ontstonden uit tenten en skischansspringers het G-1000-materiaal van de Greenland Jacket en de Greenland Wax, vernoemd naar de Zweeds-Noorse expeditie waarmee het allemaal begon.

fjallraven expeditie
Foto met dank aan Image PR

G-1000 en Greenland Wax

Het G-1000-materiaal werd dus tegelijkertijd met de eerste Fjällräven-jas ‘geboren’. Dat was in 1968. Sindsdien zijn er verschillend versies ontwikkeld: G-1000 Original, G-1000 Lite, G-1000 Silent, G-1000 Air en G-1000 HeavyDuty. Maar de volgende kenmerken hebben alle versies gemeen:

  • slijtvast
  • ventilerend
  • windbestendig
  • bescherming tegen UV-straling

Als je daar de Greenland Wax aan toevoegt, wordt het materiaal waterbestendig, duurzaam en nóg beter bestand tegen wind.

fjallraven wax
Foto met dank aan Image PR

Eco-Shell

Het bleef niet bij één jas. Fjällräven ging ook nog andere jassen ontwikkelen. Voor het eerste shelljack werd het Shell-materiaal ontwikkeld: een sterk, ademend materiaal dat bestand is tegen wind, regen, ijzel en sneeuw zonder de natuur onnodig te beschadigen. De duurzame, PFC-vrije behandeling van de buitenlaag laat water van buitenaf niet door, terwijl transpiratie wel kan worden afgevoerd dankzij het hydrofiele membraan eronder.

Voeringen: wol, dons en synthetisch

Voor de voeringen van de jassen gebruikt Fjällräven vaak wol. Tegenwoordig is dit steeds vaker gerecyclede wol, die volledig traceerbaar is en zo veel mogelijk uit Zweden komt. In 2020 wil Fjällräven de complete leveringsketen van wol omzetten naar het gebruik van enkel traceerbare, gerecyclede of teruggewonnen wol.

Toen Åke Nordin in 1974 een jas wilde creëren die warm genoeg zou zijn voor de allerkoudste Zweedse winters, ging hij ook naar het gebruik van dons kijken. Hieruit ontstond de Expedition Down. Dons heeft een uitstekende isolerende werking en de dons die Fjällräven gebruikt is sinds 2014 volledig traceerbaar. Dat wil zeggen dat altijd 100% zeker is waar de dons vandaan komt. Die leveranciers worden regelmatig streng gecontroleerd. De ‘Donsbelofte‘ van Fjällräven houdt in dat je zeker weet dat er geen vogels mishandeld (dus levend geplukt) zijn voor jouw jas. De dons die Fjällräven gebruikt, is namelijk een bijproduct uit de voedingsindustrie.

Onder natte omstandigheden is dons minder geschikt. Dan is wol beter, of (als het heel koud en nat wordt) de synthetische voering G-loft Supreme. Dit materiaal is een mengsel van dunne, holle polyestervezels (waarvan 10% gerecycled) met een clustervormend vermogen dat kleine luchtzakken creëert, net als donsveren. Als het wordt samengedrukt en daarna weer wordt losgelaten, krijgt G-loft Supreme zijn oorspronkelijke vorm terug. Dit ‘geheugeneffect’ is te danken aan de vezels van gerecyclede polyester. Die zijn namelijk stijver, wat het materiaal een veerkrachtige eigenschap geeft – ook na herhaaldelijk wassen en langdurig gebruik.

Voorbeelden van jassen met verschillende materialen

Mijn Barents Parka is van G-1000, opgevuld met een membraan van Supreme Microloft en Hydratic®, waardoor hij wind- en waterdicht is. Dit werkt echt uitstekend bij gure wind en ook bij regen blijf ik erg lang droog. Het enige jammere vind ik, dat de synthetische bontrand langs de capuchon ooit beschadigd is geraakt en dat deze (hoewel het een los, afritsbaar onderdeel is) niet door Fjällräven vervangen kan worden. Dat is echt heel zonde, want de jas kan verder volgens mij nog heel lang mee. Maar zonder die rand vind ik hem wel minder mooi. En het zou zo makkelijk op te lossen zijn!

Andere jassen die ik erg mooi vind, zijn:

fjallraven jas
Singi Wool Padded Parka – foto met dank aan Image PR

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.