Wat betekent dat? 5 bordjes om bij te stoppen in Zweden

Geschreven door Sandra van Bijsterveld

Tijdens je vakantie in Zweden kom je soms bordjes tegen waarvan je misschien denkt: wat betekent dat? Toch is het jammer als je daarom maar doorrijdt zonder te stoppen, want soms is het echt de moeite waard om zo’n bordje te volgen en even uit te stappen. Daarom heb ik in deze blogpost vier van die bordjes voor je op een rij gezet: loppis, hembygdsgård , hemslöjd en fäbod.

Wat betekent loppis?

Zweden zijn gek op loppis. Deze bordjes kom je dan ook overal tegen. Het is een soort rommelmarkt, garageverkoop of kringloopwinkel. Of, als je het liever een beetje chic wilt zeggen: brocante. Een loppis (eigenlijk loppmarknad) kan plaatsvinden op een markt met meerdere kramen, aan huis of in een winkelpand. Ideaal om bijvoorbeeld vintage servies op de kop te tikken, of klassieke houten meubels. Let op: hoewel je in Zweden bijna nergens meer contant geld nodig hebt, kan dat bij de loppis wel handig zijn.

Wat betekent hembygsgård?

Een hembygdsgård is een klein openluchtmuseum. En dat kan echt heel klein zijn – als in één of twee oude houten gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan boerderijen en/of een schuur. Vaak kun je die gebouwen dan ook gratis bekijken en is er geen toezicht aanwezig.

Soms is een hembygdsgård uitgebreider en moet je wel iets betalen om naar binnen te mogen. Er kunnen dan ook oude winkeltjes of werkplaatsen bij zijn, of volledig ingerichte ruimtes. Wij waren bijvoorbeeld in deze mooie hembygdsgård tijdens onze autorit rond het Siljanmeer in Dalarna.

Openluchtmuseum in Leksand, Dalarna, Zweden

Er zijn heel veel hembygdsgårdar in Zweden: zo’n 1400. De kans dat je zo’n bordje tegenkomt is dus (net als bij loppis) erg groot. Rondom de feestdagen is het extra interessant om de hembygdsgårdar in de gaten te houden, want ze worden vaak gebruikt voor midzomervieringen en kerstmarkten.

Wat betekent hemslöjd?

Hemslöjd is handwerk. Ook deze bordjes kwamen we rondom het Siljanmeer veel tegen. Je kunt er bijvoorbeeld handgemaakt textiel kopen, of beschilderd hout of aardewerk.

Handwerk in Rättvik, Dalarna, Zweden

Wat betekent fäbod?

Een fäbod is een traditionele zomerboerderij bij de weiden waar boeren in de zomer (van begin juni tot begin september) hun koeien, schapen en geiten lieten grazen. Een medewerker van een fäbod in Dalarna vertelde ons dat deze zomerboerderijen werden bemand door meisjes en vrouwen.

Ze maakten lange dagen, die begonnen met het melken ‘s morgens vroeg. Daarna werd het vee losgemaakt en kreeg één van de beesten een bel om. Via paden met hekken erlangs werd de hele kudde dan naar de wei gebracht. Daar was het voor de herderinnen tijd om te maaien, zodat er in de winter genoeg hooi zou zijn. Samen met het grazen van het vee zorgde dit er ook voor dat de weiden niet werden overwoekerd door bos.

Beren en wolven werden op afstand gehouden met van koeienhoorns of berkenbast gemaakte hoorns. Die werden ook gebruikt voor de communicatie tussen verschillende zomerboerderijen (bijvoorbeeld een bepaalde melodie als het tijd is om terug te gaan naar de boerderij of als iemand hulp nodig had). ‘s Avonds werd het vee weer naar de boerderij gebracht en gemolken. Van die melk werden ook houdbare producten gemaakt, zoals boter, kaas en messmör. Er was een speciale ruimte voor producten die gekookt moesten worden, met daarbij banken om op te rusten. Want het koken kon urenlang duren en ging vaak ook ‘s nachts door.

Het leven op een fäbod was dus geen peulenschil. De meisjes en vrouwen die er leefden kregen te maken met wilde dieren, ongelukken en natuurgeweld. Om zich te beschermen, kerfden ze kruizen in het hout, die je nu nog kunt zien als je een fäbod bezoekt. Minder zichtbaar is het stuk staal dat soms onder de drempel werd begraven als bescherming tegen kwade invloeden.

Openluchtmuseum in Leksand, Dalarna, Zweden

In de tweede helft van de 19e eeuw was deze manier van veeteelt op zijn hoogtepunt. Elke boerderij in een dorp had een aandeel in minstens één zomerboerderij en er waren duizenden zomerboerderijen in Dalarna. Rond 1900 werden nieuwe manieren van veeteelt ontwikkeld, waardoor het niet meer nodig was om het vee in de zomer naar een zomerboerderij te brengen.

Toen de zomerboerderijen in onbruik raakten, werden sommige omgebouwd tot vakantiewoningen, of mensen lieten ze vervallen of gebruikten het hout als stookhout. Maar sommige fäboder zijn dus nog te bezichtigen en soms zelfs nog in gebruik. Daar leven soms ook nog (inmiddels) zeldzame bergkoeien, die door hun leven in de bergen sterk en slim zijn (ze weten zelf de beste plekjes te vinden). Ze zijn wat kleiner en geven minder melk, maar die melk is wel vetter en bevat meer eiwit.

Tot slot vond ik het nog grappig om te horen dat mest in de tijd van de zomerboerderijen een teken van rijkdom was. Hoe meer mest je had, hoe meer vee je dus had en ook hoe meer eten. De mesthoop werd dan ook niet weggemoffeld in een hoekje van het erf, maar stond aan de voorkant van het huis.

Zijn er nog meer bordjes in Zweden waarvan je je afvraagt wat ze betekenen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.